Om even
voor acht schrikken we wakker: Snel opstaan, want
om 8:30 zouden we onze auto gaan halen. De
verhuurder zit hier gewoon op het resort, dus
lekker dichtbij.
Alleen was er niemand aanwezig toen wij om 8:30 voor de deur stonden. Ach, dat hoort hier zo. Dus eerst verderop even wat info gevraagd voor het duiken. Dat wil Kees morgen gaan doen. Blijkt dat iedere duiker, hoe ervaren ook, hier eerst een proefduik moet maken. Om te zien of je wel goed je drijfvermogen beheerst en om te zien hoe je omgaat met het kortaal hier (wat enorm beschermd is). Morgen om 9:30 moet Kees zich hier melden voor zijn proefduik.
Terug naar het autoverhuurbedrijf. Nog steeds niemand, maar na 10 minuten komt er iemand aan. Die verhuurt ons een Suzuki Jimny automaat. Leuk autootje.
We zijn eerst naar het noorden van Bonaire gereden, langs de kust. Prachtige route. Vervolgens afgebogen richting het binnenland en dan kom je vanzelf bij het Gotomeer. Wat een oase van rust. We hebben hier even op een berg zitten kijken naar het meer, waar ook veel flamingo’s aanwezig zijn. Bleek overigens op het hele eiland zo te zijn.
Door naar Rincon, het oudste dorp van de Antillen (wist je dat de naam afgeleid is van het Spaanse Islas Inútiles, ofwel "nutteloze eilanden"?). Ook daar is het mega rustig. Her en der wat mensen op straat, en blijkbaar is het hier maandag-wasdag, wat overal hing de was buiten. Via dit dorp reden we door naar het nationaal park. Washington Slagbaai. We mochten hier met de auto naar binnen. Het park kent twee routes, de korte en de lange. We kozen voor de lange, die zonder stoppen ongeveer 2,5 uur duurt. Uiteraard zullen we op verschillende plekken wel even stoppen om van de prachtige natuur te genieten. Wij hebben dan ook 4 uur over de tocht gedaan. Over alleen onverharde wegen die op sommige stukken slecht waren. De natuur ziet er hier mooier uit dan op Aruba. Volgens ons komt dat ook omdat er bijna geen geiten in dit park aanwezig zijn. We heel veel hagedissen en leguanen, die je constant voor je auto wegrennen. We ontdekten overigens op enig moment dat als wij uit de auto stapten, er van alle kanten hagedissen aan kwamen rennen en onder de auto gingen zitten. We dachten voor verkoeling, maar dat bleek niet zo te zijn. De beesten doen zich te goed aan het lekkende water uit de airco. Ze staan er gewoon onder te douchen...
Op tweederde van de rit stond aan zee een restaurantje. Daar hebben we gepauzeerd en iets gegeten. Heerlijk rustig hier. Vervolgens het park uitgereden en op weg naar Lac Bay, waar een mangrove bos is. Er zijn niet zo heel veel wegen op Bonaire, dus eerst weer terug naar Rincon en vervolgens Via een binnenlandse route weer terug naar Kralendijk en dan de weg naar het zuidwesten, maar het mangrove bos. Een heel andere natuur-omgeving. We zijn over een onverharde weg naar het puntje van het bos gereden. Hier lagen enorme grote bergen met de mooiste schelpen die je kunt bedenken. Van die hele grote. Die worden in de lagune in het bos gevangen, en het beest wat er in woont wordt er uit gehaald om gegeten te worden. Maar, er mag niets van de natuur van het eiland af, dus de schelpen hebben verder geen waarde en worden op een hoop gegooid.
We zijn over de onverharde weg terug gereden naar de verharde weg, en deze vervolgd naar het zuidpunt van het eiland. Hier beginnen de zoutbassins, waarin hier zout wordt gewonnen. En dat zout ligt er in enorme bergen naast. Aan zout geen gebrek! Tja, en dan zijn we 130 kilometer verder en weer terug in Kralendijk. Eerst even tanken en dan terug naar het resort. Weer een heerlijke dag. Veel gezien. Mooie natuur, aardige mensen, maar wel erg rustig. Je kunt hier echt een halve dag rondrijden en niemand tegen komen.
Liggen we lekker even bij te komen in ins hutje, valt opeens de stroom uit. Da’s op zich niet zo erg, het is nog licht buiten. Maar langzaamaan wordt het buiten donker en het licht blijft uit... Da’s een aardige ramp en uitdaging. Want, geen stroom is geen TV, geen licht én geen warm water. Dat wordt dus lastig douchen, om over het verkrijgen van een fatsoenlijke maaltijd maar te zwijgen. Want heel Bonaire zit in het donker. In het resort branden op kritieke punten wel lampen, werkt op een nood aggregaat. Maar verder totale duisternis.
Dat is dus douchen met koud water (ach, koud water is hier nog prima om mee te douchen) bij kaarslicht (we hebben hier één kaars mét lucifers, Gea vond het wel spannend, één zo’n kaarsje...). Om 20:00 gaan we maar eens even buiten kijken. Bij de receptie weten ze verder ook niets. Dus dan maar even in het donker op de pier zitten. Heeft ook wel iets, maar Kees begon nu wel erge honger te krijgen. En in de de stad hoef je niet te zijn, alles aardedonker (je breekt gegarandeerd je nek als je daar rond gaat lopen). En bij het restaurant op het resort zit ook niemand. Brandt overigens ook alleen maar kaarslicht. Rond 21:00 gaan we toch maar eens vragen of we nog wat te drinken kunnen krijgen in het restaurant. Nee, dat kan niet. We kunnen er alleen maar eten... Vol ongeloof kijken we de beste man aan. Inderdaad, we kunnen er alleen maar eten. Nou, da’s niet tegen dovemansoren gezegd. Zitten we dan alleen in een restaurant met één kaarsje op tafel heerlijk te eten. Glaasje wijn kon nog wel, evenals een glas jus d’orange. We hebben de mannen maar een flinke fooi gegeven.
Daarna maar naar ons hutje. Slapen. Morgen is al weer de laatste volle dag op Bonaire.
Alleen was er niemand aanwezig toen wij om 8:30 voor de deur stonden. Ach, dat hoort hier zo. Dus eerst verderop even wat info gevraagd voor het duiken. Dat wil Kees morgen gaan doen. Blijkt dat iedere duiker, hoe ervaren ook, hier eerst een proefduik moet maken. Om te zien of je wel goed je drijfvermogen beheerst en om te zien hoe je omgaat met het kortaal hier (wat enorm beschermd is). Morgen om 9:30 moet Kees zich hier melden voor zijn proefduik.
Terug naar het autoverhuurbedrijf. Nog steeds niemand, maar na 10 minuten komt er iemand aan. Die verhuurt ons een Suzuki Jimny automaat. Leuk autootje.
We zijn eerst naar het noorden van Bonaire gereden, langs de kust. Prachtige route. Vervolgens afgebogen richting het binnenland en dan kom je vanzelf bij het Gotomeer. Wat een oase van rust. We hebben hier even op een berg zitten kijken naar het meer, waar ook veel flamingo’s aanwezig zijn. Bleek overigens op het hele eiland zo te zijn.
Door naar Rincon, het oudste dorp van de Antillen (wist je dat de naam afgeleid is van het Spaanse Islas Inútiles, ofwel "nutteloze eilanden"?). Ook daar is het mega rustig. Her en der wat mensen op straat, en blijkbaar is het hier maandag-wasdag, wat overal hing de was buiten. Via dit dorp reden we door naar het nationaal park. Washington Slagbaai. We mochten hier met de auto naar binnen. Het park kent twee routes, de korte en de lange. We kozen voor de lange, die zonder stoppen ongeveer 2,5 uur duurt. Uiteraard zullen we op verschillende plekken wel even stoppen om van de prachtige natuur te genieten. Wij hebben dan ook 4 uur over de tocht gedaan. Over alleen onverharde wegen die op sommige stukken slecht waren. De natuur ziet er hier mooier uit dan op Aruba. Volgens ons komt dat ook omdat er bijna geen geiten in dit park aanwezig zijn. We heel veel hagedissen en leguanen, die je constant voor je auto wegrennen. We ontdekten overigens op enig moment dat als wij uit de auto stapten, er van alle kanten hagedissen aan kwamen rennen en onder de auto gingen zitten. We dachten voor verkoeling, maar dat bleek niet zo te zijn. De beesten doen zich te goed aan het lekkende water uit de airco. Ze staan er gewoon onder te douchen...
Op tweederde van de rit stond aan zee een restaurantje. Daar hebben we gepauzeerd en iets gegeten. Heerlijk rustig hier. Vervolgens het park uitgereden en op weg naar Lac Bay, waar een mangrove bos is. Er zijn niet zo heel veel wegen op Bonaire, dus eerst weer terug naar Rincon en vervolgens Via een binnenlandse route weer terug naar Kralendijk en dan de weg naar het zuidwesten, maar het mangrove bos. Een heel andere natuur-omgeving. We zijn over een onverharde weg naar het puntje van het bos gereden. Hier lagen enorme grote bergen met de mooiste schelpen die je kunt bedenken. Van die hele grote. Die worden in de lagune in het bos gevangen, en het beest wat er in woont wordt er uit gehaald om gegeten te worden. Maar, er mag niets van de natuur van het eiland af, dus de schelpen hebben verder geen waarde en worden op een hoop gegooid.
We zijn over de onverharde weg terug gereden naar de verharde weg, en deze vervolgd naar het zuidpunt van het eiland. Hier beginnen de zoutbassins, waarin hier zout wordt gewonnen. En dat zout ligt er in enorme bergen naast. Aan zout geen gebrek! Tja, en dan zijn we 130 kilometer verder en weer terug in Kralendijk. Eerst even tanken en dan terug naar het resort. Weer een heerlijke dag. Veel gezien. Mooie natuur, aardige mensen, maar wel erg rustig. Je kunt hier echt een halve dag rondrijden en niemand tegen komen.
Liggen we lekker even bij te komen in ins hutje, valt opeens de stroom uit. Da’s op zich niet zo erg, het is nog licht buiten. Maar langzaamaan wordt het buiten donker en het licht blijft uit... Da’s een aardige ramp en uitdaging. Want, geen stroom is geen TV, geen licht én geen warm water. Dat wordt dus lastig douchen, om over het verkrijgen van een fatsoenlijke maaltijd maar te zwijgen. Want heel Bonaire zit in het donker. In het resort branden op kritieke punten wel lampen, werkt op een nood aggregaat. Maar verder totale duisternis.
Dat is dus douchen met koud water (ach, koud water is hier nog prima om mee te douchen) bij kaarslicht (we hebben hier één kaars mét lucifers, Gea vond het wel spannend, één zo’n kaarsje...). Om 20:00 gaan we maar eens even buiten kijken. Bij de receptie weten ze verder ook niets. Dus dan maar even in het donker op de pier zitten. Heeft ook wel iets, maar Kees begon nu wel erge honger te krijgen. En in de de stad hoef je niet te zijn, alles aardedonker (je breekt gegarandeerd je nek als je daar rond gaat lopen). En bij het restaurant op het resort zit ook niemand. Brandt overigens ook alleen maar kaarslicht. Rond 21:00 gaan we toch maar eens vragen of we nog wat te drinken kunnen krijgen in het restaurant. Nee, dat kan niet. We kunnen er alleen maar eten... Vol ongeloof kijken we de beste man aan. Inderdaad, we kunnen er alleen maar eten. Nou, da’s niet tegen dovemansoren gezegd. Zitten we dan alleen in een restaurant met één kaarsje op tafel heerlijk te eten. Glaasje wijn kon nog wel, evenals een glas jus d’orange. We hebben de mannen maar een flinke fooi gegeven.
Daarna maar naar ons hutje. Slapen. Morgen is al weer de laatste volle dag op Bonaire.
Unable to Launch Flash Player
This message is being displayed because the browser was unable to load the Flash Player required to display this content.
There are several possible causes for this;
- Your current Flash Player is outdated or it is not installed on your system. Download the latest Flash Player.
- Your browser does not have JavaScript enabled, this is required to load the Flash content.
- The Theme file used to generate this site may be missing the required JavaScript to launch the Flash player.
18 mei 2009 - dag 8 van de reis.