Midden
in de nacht gaat de telefoon van Kees. Werk. Lekker
laten gaan.! We zijn op vakantie en hebben de slaap
even echt nodig.
Om 5:50 gaat de wekker. Opstaan gaat redelijk gemakkelijk vanwege de jetlag. Om 6:30 zitten we aan een echt Amerikaans ontbijt, met z’n allen. Lekker veel eten en het valt er goed in. Om bij het ontbijt restaurant te komen moet je door het casino van het hotel, en werkelijk, ze zijn er nog gewoon aan het gokken. Dit gaat dus gewoon 24 uur per dag door!
Om 7:30 staan we buiten, met koffer en al. Larry is er al met de bus met een loei van een aanhanger. Daar gaat de bagage in. En een reserve motor, voor het geval dat.
Het is lekker weer, wel warm, maar niet heet. De zon is net op.
We gaan met een ander busje naar de Harley dealer, waar we de motoren halen. Dat duurt best even, iedereen moet natuurlijk documenten invullen en ondertekenen. We krijgen een motor toegewezen, een Ultra Glide. Meteen valt de gemiddelde Harley rijder bij Kees van zijn voetstuk: Niets geen rauwe motoren waar je op moet afzien. Een fijne 1700CC motor, met ABS, stereo radio, CD speler, cruise control en alles wat je maar bedenken kunt. En er staan net 10000 mijl op de teller, dus eigenlijk nog redelijk nieuw. Kees rijdt even een rondje op de mega parkeerplaats voor de HD dealer, en merkt dat de motor toch wel even anders aanvoelt dan de Yamaha waar hij zelf op rijdt. Dat wordt even wennen dus.
Ondertussen is het al aardig heet geworden. De zon brandt dwars door je heen… Gelukkig heeft Gea een mooie gele HD shirt voor Kees gevonden met lange mouw. Die gaat meteen aan dus.
Rond half tien is iedereen gereed. We hebben nog een briefing gehad, zodat we weten wat we gaan doen. En dan gaan we van start! Saddle Up!
We rijden de stad langs de zuidkant uit en komen op Highway 95. Die voert naar het noordwesten, richting Death Valley. Dat is onze eerste doel van vandaag. De motor voelt goed aan, ook met Gea achterop is deze prima te handelen. Na een kilometer of 40 gaan we een parkeerplaats op. We zijn dan al lang en breed uit de stad, en genieten van het uitzicht. Wel dor en droog allemaal en het is heet…
Op de parkeerplaats kunnen we even de eerste ervaringen delen. Iedereen is tevreden over de motor. In de aanhanger staan 3 kratten met gekoeld drinken, dus daar maken we meteen gebruik van.
Na een kwartier gaan we weer onderweg. Rene heeft uitgelegd hoe we ons moeten gedragen op de weg. In hoe zo’n formatie we rijden en waarom. En dat gaat prima, we rijden met een goed tempo verder.
Na 110 mijl, zo’n 180 kilometer, komen we in Beattie. Dat is vlak voor de ingang van het Death Valley park. Daar gaan we lunchen. Heerlijke broodjes die door een dame met een tic worden gebracht. Na elk woord doet haar tong rare bewegingen in haar mond. Maar het is wel lachen met haar. Vooral Ruud maakt meteen vrienden met haar :-) Op het menu staan Meatloaf balls volgens grootmoeders recept. Ruud besteld „Grandma’s balls”, dus dat is meteen hilariteit alom.
Na de pauze gaan we tanken bij de benzinepomp aan de overkant. En het is erg heet in de zon, terwijl we op elkaar moeten wachten.
En dan gaan het gebeuren, we gaan richting Death Valley. Rene gaf bij de lunch aan dat hij in Death Valley ging bepalen of de passagiers op de motoren op de motor mochten blijven zitten, of dat ze in de bus moesten. Als je achterop zit heb je minder koeling van de wind dan als je voorop zit. Vandaar. En het zou heet zijn in Death Valley...
Dat komt overigens doordat de vallei helemaal ingesloten is tussen bergen. Da’s meestal het geval met een vallei… Om in de vallei te komen moet je over een berg van 4000 voet (zo’n 1300 meter). De vallei zelf ligt op enkele meters onder zeeniveau. Alle warmte blijft dus in de vallei hangen en kan geen kant op. Daarom is het er zo heet, daarom groeit er nauwelijks iets en daarom heet het Death Valley. Overigens het laagste punt van Amerika.
De route er naar toe is mooi. Tussen de bergen door, kronkelwegen, dus lekker rijden. En op een gegeven moment zie je in de verte de vallei liggen. Prachtig uitzicht is dat. De lucht trilt van de hitte. Als je over de laatste heuvel komt kijk je zo de vallei in. Fenomenaal uitzicht. En dan begint de afdaling naar beneden. Je kunt goed zien wanneer je op de bodem komt. En voelen ook. Des te lager we komen des te heter het wordt. Als je er niet geweest bent kun je je er nauwelijks iets van voorstellen. Echt zo heet is het. Alsof iemand met 100.000 föhns op de hoogste stand naar je staat te blazen. Je moet wel blijven rijden anders is het te heet. Stoppen is eigenlijk geen optie. We blijven dan ook rijden. Het is een beetje bewolkt, waardoor het niet op z’n heetst is in de vallei. De passagiers blijven dan ook achterop de motor. Maar, het is er nog steeds tussen de 45 en 50 graden. Let wel: Gemeten in de schaduw op 1,5 meter hoogte. Wij rijden in de zon, op heet asfalt…
Na 20 mijl in de zinderende hitte te hebben gereden stijgen we weer naar hoogtes waar de temperatuur redelijk aanvaardbaar is. We stoppen even voor een koud drankje, dat hebben we echt nodig. We stoppen precies bij de uitgang van het park, dus even foto’s maken van het bord wat er staat. Rene maakt een filmpje voor op Facebook. We gaan straks weer naar 4000 voet hoogte, om vervolgens weer af te dalen naar een laagvlakte. Die niet zo laag ligt als Death Valley en dus ook niet zo heet is. Het wordt iets meer bewolkt, en dat is helemaal niet erg. Dan is het ook minder warm.
Na de tweede vlakte hebben we een mooie route de bergen weer in, terug naar 4000 voet. Met slingerweggetjes en geweldige uitzichten. In de verte doemt de Sierra Nevada op. Zitten we al op 4000 voet (1300m), met de Sierra Nevada in zicht heb je dat zeker niet in de gaten. In de verte zien we Mount Whitney, de hoogste berg van Amerika met zo’n 4.400 meter. Leuk: Van het laagste punt naar het hoogste punt in nog geen 2 uur…
De toch leidt ons naar Lone Pine, waar we overnachten. Een stadje in the middle of nowhere. Aan de voet van Mount Whitney. De toch vanuit de bergen er naar toe is erg mooi. Het is niet warm meer, en de wegen zijn erg goed begaanbaar (zoals de hele dag al trouwens). Rond 17:00 komen we aan bij het Dow Villa Motel. Echt wat je er van denkt: Zo’n Amerikaans motel met aan de weg een grot bord met het woord „vacancy” in neon letters. Allemaal aparte appartementen in twee bouwlagen. Mooie ruime kamers, met gratis internet :-) Hier gaan we overnachten.
We parkeren de motoren en als de bus ook staat nemen we een koud biertje. Heerlijk einde van een geweldige tocht Volgens Larry is dit nog maar het begin… Dat belooft nog wat dus.
We gaan in ons hutje, even bijkomen. Om 19:00u is er bij het zwembad (nou ja, zwembad, beetje klein badje eigenlijk) pizza en bier/wijn. Eerst maar even douchen dus.
En precies om 19:00 komen Larry en Rene met een stapel pizza’s aangelopen. We hebben wat tafels bij elkaar gezet, en terwijl het donker wordt doen wij ons te goed aan pizza en bier. En praten na over de dag die we gehad hebben. De geweldige belevenis op de motor en in Death Valley. Rene verteld dat we morgen om 9:30 pas vertrekken. We hebben dus echt vakantie!
Rond 21:00 vinden we het genoeg. We gaan naar ons hutje. Nog even TV kijken en dan slapen, we zijn echt moe. Het was ook een intensieve dag.
Rene is al eerder vertrokken. Hij gaat de film van vandaag nog even monteren en deze op YouTube en Facebook zetten.
Het filmpje van de eerste dag kun je via deze link bekijken. Kees in het geel, Gea in een roze overhemd.
Om 5:50 gaat de wekker. Opstaan gaat redelijk gemakkelijk vanwege de jetlag. Om 6:30 zitten we aan een echt Amerikaans ontbijt, met z’n allen. Lekker veel eten en het valt er goed in. Om bij het ontbijt restaurant te komen moet je door het casino van het hotel, en werkelijk, ze zijn er nog gewoon aan het gokken. Dit gaat dus gewoon 24 uur per dag door!
Om 7:30 staan we buiten, met koffer en al. Larry is er al met de bus met een loei van een aanhanger. Daar gaat de bagage in. En een reserve motor, voor het geval dat.
Het is lekker weer, wel warm, maar niet heet. De zon is net op.
We gaan met een ander busje naar de Harley dealer, waar we de motoren halen. Dat duurt best even, iedereen moet natuurlijk documenten invullen en ondertekenen. We krijgen een motor toegewezen, een Ultra Glide. Meteen valt de gemiddelde Harley rijder bij Kees van zijn voetstuk: Niets geen rauwe motoren waar je op moet afzien. Een fijne 1700CC motor, met ABS, stereo radio, CD speler, cruise control en alles wat je maar bedenken kunt. En er staan net 10000 mijl op de teller, dus eigenlijk nog redelijk nieuw. Kees rijdt even een rondje op de mega parkeerplaats voor de HD dealer, en merkt dat de motor toch wel even anders aanvoelt dan de Yamaha waar hij zelf op rijdt. Dat wordt even wennen dus.
Ondertussen is het al aardig heet geworden. De zon brandt dwars door je heen… Gelukkig heeft Gea een mooie gele HD shirt voor Kees gevonden met lange mouw. Die gaat meteen aan dus.
Rond half tien is iedereen gereed. We hebben nog een briefing gehad, zodat we weten wat we gaan doen. En dan gaan we van start! Saddle Up!
We rijden de stad langs de zuidkant uit en komen op Highway 95. Die voert naar het noordwesten, richting Death Valley. Dat is onze eerste doel van vandaag. De motor voelt goed aan, ook met Gea achterop is deze prima te handelen. Na een kilometer of 40 gaan we een parkeerplaats op. We zijn dan al lang en breed uit de stad, en genieten van het uitzicht. Wel dor en droog allemaal en het is heet…
Op de parkeerplaats kunnen we even de eerste ervaringen delen. Iedereen is tevreden over de motor. In de aanhanger staan 3 kratten met gekoeld drinken, dus daar maken we meteen gebruik van.
Na een kwartier gaan we weer onderweg. Rene heeft uitgelegd hoe we ons moeten gedragen op de weg. In hoe zo’n formatie we rijden en waarom. En dat gaat prima, we rijden met een goed tempo verder.
Na 110 mijl, zo’n 180 kilometer, komen we in Beattie. Dat is vlak voor de ingang van het Death Valley park. Daar gaan we lunchen. Heerlijke broodjes die door een dame met een tic worden gebracht. Na elk woord doet haar tong rare bewegingen in haar mond. Maar het is wel lachen met haar. Vooral Ruud maakt meteen vrienden met haar :-) Op het menu staan Meatloaf balls volgens grootmoeders recept. Ruud besteld „Grandma’s balls”, dus dat is meteen hilariteit alom.
Na de pauze gaan we tanken bij de benzinepomp aan de overkant. En het is erg heet in de zon, terwijl we op elkaar moeten wachten.
En dan gaan het gebeuren, we gaan richting Death Valley. Rene gaf bij de lunch aan dat hij in Death Valley ging bepalen of de passagiers op de motoren op de motor mochten blijven zitten, of dat ze in de bus moesten. Als je achterop zit heb je minder koeling van de wind dan als je voorop zit. Vandaar. En het zou heet zijn in Death Valley...
Dat komt overigens doordat de vallei helemaal ingesloten is tussen bergen. Da’s meestal het geval met een vallei… Om in de vallei te komen moet je over een berg van 4000 voet (zo’n 1300 meter). De vallei zelf ligt op enkele meters onder zeeniveau. Alle warmte blijft dus in de vallei hangen en kan geen kant op. Daarom is het er zo heet, daarom groeit er nauwelijks iets en daarom heet het Death Valley. Overigens het laagste punt van Amerika.
De route er naar toe is mooi. Tussen de bergen door, kronkelwegen, dus lekker rijden. En op een gegeven moment zie je in de verte de vallei liggen. Prachtig uitzicht is dat. De lucht trilt van de hitte. Als je over de laatste heuvel komt kijk je zo de vallei in. Fenomenaal uitzicht. En dan begint de afdaling naar beneden. Je kunt goed zien wanneer je op de bodem komt. En voelen ook. Des te lager we komen des te heter het wordt. Als je er niet geweest bent kun je je er nauwelijks iets van voorstellen. Echt zo heet is het. Alsof iemand met 100.000 föhns op de hoogste stand naar je staat te blazen. Je moet wel blijven rijden anders is het te heet. Stoppen is eigenlijk geen optie. We blijven dan ook rijden. Het is een beetje bewolkt, waardoor het niet op z’n heetst is in de vallei. De passagiers blijven dan ook achterop de motor. Maar, het is er nog steeds tussen de 45 en 50 graden. Let wel: Gemeten in de schaduw op 1,5 meter hoogte. Wij rijden in de zon, op heet asfalt…
Na 20 mijl in de zinderende hitte te hebben gereden stijgen we weer naar hoogtes waar de temperatuur redelijk aanvaardbaar is. We stoppen even voor een koud drankje, dat hebben we echt nodig. We stoppen precies bij de uitgang van het park, dus even foto’s maken van het bord wat er staat. Rene maakt een filmpje voor op Facebook. We gaan straks weer naar 4000 voet hoogte, om vervolgens weer af te dalen naar een laagvlakte. Die niet zo laag ligt als Death Valley en dus ook niet zo heet is. Het wordt iets meer bewolkt, en dat is helemaal niet erg. Dan is het ook minder warm.
Na de tweede vlakte hebben we een mooie route de bergen weer in, terug naar 4000 voet. Met slingerweggetjes en geweldige uitzichten. In de verte doemt de Sierra Nevada op. Zitten we al op 4000 voet (1300m), met de Sierra Nevada in zicht heb je dat zeker niet in de gaten. In de verte zien we Mount Whitney, de hoogste berg van Amerika met zo’n 4.400 meter. Leuk: Van het laagste punt naar het hoogste punt in nog geen 2 uur…
De toch leidt ons naar Lone Pine, waar we overnachten. Een stadje in the middle of nowhere. Aan de voet van Mount Whitney. De toch vanuit de bergen er naar toe is erg mooi. Het is niet warm meer, en de wegen zijn erg goed begaanbaar (zoals de hele dag al trouwens). Rond 17:00 komen we aan bij het Dow Villa Motel. Echt wat je er van denkt: Zo’n Amerikaans motel met aan de weg een grot bord met het woord „vacancy” in neon letters. Allemaal aparte appartementen in twee bouwlagen. Mooie ruime kamers, met gratis internet :-) Hier gaan we overnachten.
We parkeren de motoren en als de bus ook staat nemen we een koud biertje. Heerlijk einde van een geweldige tocht Volgens Larry is dit nog maar het begin… Dat belooft nog wat dus.
We gaan in ons hutje, even bijkomen. Om 19:00u is er bij het zwembad (nou ja, zwembad, beetje klein badje eigenlijk) pizza en bier/wijn. Eerst maar even douchen dus.
En precies om 19:00 komen Larry en Rene met een stapel pizza’s aangelopen. We hebben wat tafels bij elkaar gezet, en terwijl het donker wordt doen wij ons te goed aan pizza en bier. En praten na over de dag die we gehad hebben. De geweldige belevenis op de motor en in Death Valley. Rene verteld dat we morgen om 9:30 pas vertrekken. We hebben dus echt vakantie!
Rond 21:00 vinden we het genoeg. We gaan naar ons hutje. Nog even TV kijken en dan slapen, we zijn echt moe. Het was ook een intensieve dag.
Rene is al eerder vertrokken. Hij gaat de film van vandaag nog even monteren en deze op YouTube en Facebook zetten.
Het filmpje van de eerste dag kun je via deze link bekijken. Kees in het geel, Gea in een roze overhemd.
Unable to Launch Flash Player
This message is being displayed because the browser was unable to load the Flash Player required to display this content.
There are several possible causes for this;
- Your current Flash Player is outdated or it is not installed on your system. Download the latest Flash Player.
- Your browser does not have JavaScript enabled, this is required to load the Flash content.
- The Theme file used to generate this site may be missing the required JavaScript to launch the Flash player.
Dag 2: 06 september 2012.