We
zitten nog steeds een beetje in een ander ritme: Om
6:00 waren we al klaar wakker. Heerlijk geslapen,
dat wel.
Dus maar even checken op internet wat er zoal te beleven is, even WhatsAppen met Chris en anderen. Tevens nog even aan het verslag werken.
Lone Pine is een typisch Amerikaanse stad. Ruim, brede straten en niet druk. Geen enkele vorm van hoogbouw, hebben ze ook niet nodig, ruimte zat immers. Ligt aan de voet van het Sierra Nevada gebergte. Het is erg helder, dus we hebben een prima uitzicht op de bergtoppen.
Eerst maar eens eten. Aan de overkant van de straat zit een restaurant met ontbijt, dus daar gaan we met z’n achten naar toe. We gaan buiten zitten, het is echt heerlijk weer. En bestellen een typisch Amerikaans ontbijt: Veel en lekker. Eieren, bacon, gebakken aardappelen en veel, heel veel koffie. Je koffiemok raakt hier niet leeg.
Na het ontbijt verzamelen we op de parkeerplaats van het motel waar we zitten. Een korte briefing volgt door Larry. Hij legt uit wat we die dag gaan doen. Het wordt een wat kortere tocht (gisteren reden we ca. 240 mijl, ofwel een kleine 400km, vandaag rijden we ca. 190 mijl, is net 300km) maar de nadruk ligt hier echt op de natuur. En dat begint meteen al goed.
We rijden vanuit Lone Pine de bergen in. Pal westwaarts dus, de Sierra Nevada in. Dat is een geweldige tocht, we zitten hier op een vlakte op ca. 4000 voet (1200m) en toch rijden we behoorlijk stijl, langs mooie slingerwegen, de bergen in. Het uitzicht over de vlakte is fenomenaal! Na 15mijl komen we aan in het Whitney Portal Recreation Area. Dit is een parkeerplaats tussen de enorme bergtoppen in, met een waterval en een klein meertje. De uitvalbasis voor mensen die de berg willen beklimmen. We zitten hier op bijna 10.000 foot (3000m) hoogte. De stijlen wanden van de bergen rondom ins zijn indrukwekkend. We lopen hier wat rond, maken foto’s en Rene probeert in het meertje een forel te vangen. Ze zitten er genoeg, want in het heldere water zie je ze vrolijk achter het aas wat Rene gebruikt aanzwemmen. Maar bijten doen ze niet.
Nadat we hier een poosje hebben rondgekeken rijden we terug naar Lone Pine. Via dezelfde weg (er is geen andere optie) met dezelfde fantastische uitzichten en bochten komen we weer in het stadje. We gaan met z’n allen even tanken. Dat duurt best wel even, want we moeten 13 motoren aftanken. Dan gaat het noordwaarts, tussen de twee bergketens in. Die bergen liggen zo’n 10km uit elkaar en de vlakte er tussen is redelijk, eh, vlak ja. We moeten heel wat kilometers maken om in Bishop te komen, waar we zullen gaan lunchen. De tocht is redelijk hetzelfde, met af en toe wat hoogte verschillen. We schieten goed op, rijden 65mph (105km/u) en net na de middag komen we aan in Bishop. We parkeren de motoren en Rene geeft aan dat we hier anderhalf uur zullen blijven Het is best warm. We lopen naar de Nederlandse Warme bakker (jaja, daar reis je zo’n eind voor) om broodjes te halen. Overigens is er niets Nederland aan deze bakkerij. Het lijkt er niet op, ze verkopen het originele Sheepherders brood, waar wij Nederlanders nog nooit van gehoord hebben, en voor de rest is het gewoon lekker en Amerikaans. We kopen onze lunch (fruit en brood) en gaan met z’n achten onder een boom in het park aan de overkant van de straat zitten om alles op te eten. Het zit er erg lekker. In de schaduw is het heel goed uit te houden. Rene en Larry zitten even verderop op hun eigen campingstoeltjes. Rene gaat er, als Larry er even niet is, eens lekker voor zitten en doet even een dutje. Zwaar werk hoor, reisleider spelen :-)
Om 14:15 starten we weer op. We rijden Bishop uit, en gaan onderweg naar onze voorlaatste stop om nogmaals te te tanken. Sommige motoren hebben een wat kleinere tank, dus tanken gebeurt met regelmaat. De toch leidt ons weet de Sierra Nevada in, maar de hoge bergruggen zijn inmiddels wat afgevlakt. Komt ook omdat de vlakte zelf wat hoger komt te liggen. We moeten op een gegeven moment over een pas (we rijden op een highway, de 395, en de weg is dus breed, met over het algemeen 4 rijbanen, dus echt een slingerweg is het niet) die op meer dan 8000 voet (bijna 3km) hoogte ligt. Het landschap verandert naarmate je hoger komt. Het wordt steeds groener, er komen meer bomen (met gratis dennengeur, heerlijk) en de temperatuur is erg aangenaam. Maar, als je omhoog rijdt, moet je ook weer naar beneden, dus wordt het weer warmer en neemt de begroeiing weer af. Desalniettemin blijft het een fantastische ervaring om zo tussen de bergen door te rijden. Fenomenaal!
We komen uiteindelijk aan in Lee Vinning, waar we gaan tanken. Naast Lake Mono. Na het tanken parkeren we de motoren en lopen naar de overkant van de enorm brede straat (nog steeds Highway 395) om daar bij een redelijk alternatieve toko koffie te gaan drinken. Ze schenken hier organische koffie en thee, in een echte coffeeshop (volgens Amerikaans model, niet volgens Nederlands model). Je vraagt je af wat er voor alternatief is, naast organische koffie…
De koffie smaakt echter erg goed. We nemen er een koekje bij (scones en muffin, ook volgens Amerikaans model, dus erg groot) en zitten even lekker op ons dooie gemak.
Dan volgen de laatste 20 mijl naar Bridgeport. Ook zo’n klein stadje met niets te beleven dan een aantal motels en een kroeg/restaurant. De omgeving blijft geweldig, we rijden nu in de hoogvlakten van de Sierre Nevada. We komen niet meer onder een hoogte van 2km. Dus lekkere temperatuur, geweldige natuur. Larry was right, this morning!
In Bridgeport arriveren we bij het Redwood Motel. Ook weer zo’n typisch Amerikaans ding. Twee rijen met hutjes, haaks op elkaar met een parkeerplaats er tussen. Even zitten, biertje er bij terwijl Rene de sleutels haalt. Als we ons hutje in stappen ruikt het wat naar gas. Bij de buren nog erger. De beheerder geeft aan dat er onderhoud is geweest en dat het niet erg is. De buren, Sjef en Brigitte, willen echter een ander hutje, en die krijgen ze ook. Wij slapen wel met de ramen open.
Rene weet hier een goed restaurant. Eigenlijk weet Rene hier het enige restaurant. Rhino’s. Als het even meezit zijn wij de enige gasten, want er gebeurt hier nooit wat. En daar gaat het fout: Net dit weekend is er de jaarlijkse bijeenkomst van de E Clampus Vitus. Een organisatie die zich inzet voor het behoud van iets (we weten ook niet precies wat) in deze regio. Maar het komt er op neer dat er behoorlijk gedronken en gefeest wordt. Een soort jaarclub, waar je ook naderhand nog lid van kunt worden, gezien de ontgroening die plaats vond. We zaten dus in een kroeg, tussen 75 drinkende, feestende en lawaaimakende Amerikanen van diverse leeftijden te eten. Wel gezellig. En de burgers waren best goed!
Even na negenen waren we weer terug in ons hutje. Nog even zitten en dan maar weer slapen...
Natuurlijk heeft Rene van Crossroads weer een video compilatie gemaakt, die kun je hier zien.
Dus maar even checken op internet wat er zoal te beleven is, even WhatsAppen met Chris en anderen. Tevens nog even aan het verslag werken.
Lone Pine is een typisch Amerikaanse stad. Ruim, brede straten en niet druk. Geen enkele vorm van hoogbouw, hebben ze ook niet nodig, ruimte zat immers. Ligt aan de voet van het Sierra Nevada gebergte. Het is erg helder, dus we hebben een prima uitzicht op de bergtoppen.
Eerst maar eens eten. Aan de overkant van de straat zit een restaurant met ontbijt, dus daar gaan we met z’n achten naar toe. We gaan buiten zitten, het is echt heerlijk weer. En bestellen een typisch Amerikaans ontbijt: Veel en lekker. Eieren, bacon, gebakken aardappelen en veel, heel veel koffie. Je koffiemok raakt hier niet leeg.
Na het ontbijt verzamelen we op de parkeerplaats van het motel waar we zitten. Een korte briefing volgt door Larry. Hij legt uit wat we die dag gaan doen. Het wordt een wat kortere tocht (gisteren reden we ca. 240 mijl, ofwel een kleine 400km, vandaag rijden we ca. 190 mijl, is net 300km) maar de nadruk ligt hier echt op de natuur. En dat begint meteen al goed.
We rijden vanuit Lone Pine de bergen in. Pal westwaarts dus, de Sierra Nevada in. Dat is een geweldige tocht, we zitten hier op een vlakte op ca. 4000 voet (1200m) en toch rijden we behoorlijk stijl, langs mooie slingerwegen, de bergen in. Het uitzicht over de vlakte is fenomenaal! Na 15mijl komen we aan in het Whitney Portal Recreation Area. Dit is een parkeerplaats tussen de enorme bergtoppen in, met een waterval en een klein meertje. De uitvalbasis voor mensen die de berg willen beklimmen. We zitten hier op bijna 10.000 foot (3000m) hoogte. De stijlen wanden van de bergen rondom ins zijn indrukwekkend. We lopen hier wat rond, maken foto’s en Rene probeert in het meertje een forel te vangen. Ze zitten er genoeg, want in het heldere water zie je ze vrolijk achter het aas wat Rene gebruikt aanzwemmen. Maar bijten doen ze niet.
Nadat we hier een poosje hebben rondgekeken rijden we terug naar Lone Pine. Via dezelfde weg (er is geen andere optie) met dezelfde fantastische uitzichten en bochten komen we weer in het stadje. We gaan met z’n allen even tanken. Dat duurt best wel even, want we moeten 13 motoren aftanken. Dan gaat het noordwaarts, tussen de twee bergketens in. Die bergen liggen zo’n 10km uit elkaar en de vlakte er tussen is redelijk, eh, vlak ja. We moeten heel wat kilometers maken om in Bishop te komen, waar we zullen gaan lunchen. De tocht is redelijk hetzelfde, met af en toe wat hoogte verschillen. We schieten goed op, rijden 65mph (105km/u) en net na de middag komen we aan in Bishop. We parkeren de motoren en Rene geeft aan dat we hier anderhalf uur zullen blijven Het is best warm. We lopen naar de Nederlandse Warme bakker (jaja, daar reis je zo’n eind voor) om broodjes te halen. Overigens is er niets Nederland aan deze bakkerij. Het lijkt er niet op, ze verkopen het originele Sheepherders brood, waar wij Nederlanders nog nooit van gehoord hebben, en voor de rest is het gewoon lekker en Amerikaans. We kopen onze lunch (fruit en brood) en gaan met z’n achten onder een boom in het park aan de overkant van de straat zitten om alles op te eten. Het zit er erg lekker. In de schaduw is het heel goed uit te houden. Rene en Larry zitten even verderop op hun eigen campingstoeltjes. Rene gaat er, als Larry er even niet is, eens lekker voor zitten en doet even een dutje. Zwaar werk hoor, reisleider spelen :-)
Om 14:15 starten we weer op. We rijden Bishop uit, en gaan onderweg naar onze voorlaatste stop om nogmaals te te tanken. Sommige motoren hebben een wat kleinere tank, dus tanken gebeurt met regelmaat. De toch leidt ons weet de Sierra Nevada in, maar de hoge bergruggen zijn inmiddels wat afgevlakt. Komt ook omdat de vlakte zelf wat hoger komt te liggen. We moeten op een gegeven moment over een pas (we rijden op een highway, de 395, en de weg is dus breed, met over het algemeen 4 rijbanen, dus echt een slingerweg is het niet) die op meer dan 8000 voet (bijna 3km) hoogte ligt. Het landschap verandert naarmate je hoger komt. Het wordt steeds groener, er komen meer bomen (met gratis dennengeur, heerlijk) en de temperatuur is erg aangenaam. Maar, als je omhoog rijdt, moet je ook weer naar beneden, dus wordt het weer warmer en neemt de begroeiing weer af. Desalniettemin blijft het een fantastische ervaring om zo tussen de bergen door te rijden. Fenomenaal!
We komen uiteindelijk aan in Lee Vinning, waar we gaan tanken. Naast Lake Mono. Na het tanken parkeren we de motoren en lopen naar de overkant van de enorm brede straat (nog steeds Highway 395) om daar bij een redelijk alternatieve toko koffie te gaan drinken. Ze schenken hier organische koffie en thee, in een echte coffeeshop (volgens Amerikaans model, niet volgens Nederlands model). Je vraagt je af wat er voor alternatief is, naast organische koffie…
De koffie smaakt echter erg goed. We nemen er een koekje bij (scones en muffin, ook volgens Amerikaans model, dus erg groot) en zitten even lekker op ons dooie gemak.
Dan volgen de laatste 20 mijl naar Bridgeport. Ook zo’n klein stadje met niets te beleven dan een aantal motels en een kroeg/restaurant. De omgeving blijft geweldig, we rijden nu in de hoogvlakten van de Sierre Nevada. We komen niet meer onder een hoogte van 2km. Dus lekkere temperatuur, geweldige natuur. Larry was right, this morning!
In Bridgeport arriveren we bij het Redwood Motel. Ook weer zo’n typisch Amerikaans ding. Twee rijen met hutjes, haaks op elkaar met een parkeerplaats er tussen. Even zitten, biertje er bij terwijl Rene de sleutels haalt. Als we ons hutje in stappen ruikt het wat naar gas. Bij de buren nog erger. De beheerder geeft aan dat er onderhoud is geweest en dat het niet erg is. De buren, Sjef en Brigitte, willen echter een ander hutje, en die krijgen ze ook. Wij slapen wel met de ramen open.
Rene weet hier een goed restaurant. Eigenlijk weet Rene hier het enige restaurant. Rhino’s. Als het even meezit zijn wij de enige gasten, want er gebeurt hier nooit wat. En daar gaat het fout: Net dit weekend is er de jaarlijkse bijeenkomst van de E Clampus Vitus. Een organisatie die zich inzet voor het behoud van iets (we weten ook niet precies wat) in deze regio. Maar het komt er op neer dat er behoorlijk gedronken en gefeest wordt. Een soort jaarclub, waar je ook naderhand nog lid van kunt worden, gezien de ontgroening die plaats vond. We zaten dus in een kroeg, tussen 75 drinkende, feestende en lawaaimakende Amerikanen van diverse leeftijden te eten. Wel gezellig. En de burgers waren best goed!
Even na negenen waren we weer terug in ons hutje. Nog even zitten en dan maar weer slapen...
Natuurlijk heeft Rene van Crossroads weer een video compilatie gemaakt, die kun je hier zien.
Unable to Launch Flash Player
This message is being displayed because the browser was unable to load the Flash Player required to display this content.
There are several possible causes for this;
- Your current Flash Player is outdated or it is not installed on your system. Download the latest Flash Player.
- Your browser does not have JavaScript enabled, this is required to load the Flash content.
- The Theme file used to generate this site may be missing the required JavaScript to launch the Flash player.
Dag 3: 07 september 2012.